Delen
Een dag uit een laesieleven
Opstaan. Daar begint-ie vaak mee, een dag uit een laesieleven. Nou ja, opstaan … in mijn geval is het meer opzitten. Opzitten en dan plassen*, dat is de beste volgorde (heb ik proefondervindelijk kunnen vaststellen). Daarna de tandjes poetsen en wassen, of eventueel douchen.
Vervolgens hijs ik mij op mijn traplift, zo’n suffig liftje waar je op tv altijd ouwe mensen op ziet zitten, maar als ík erop zit is het kei-sexy. Die lift sjouwt mij vervolgens de trap af, alwaar mijn goede rolstoel (op de verdieping zit ik in een oud vehikel) al braaf staat te popelen om de baas de hele dag te mogen rondzeulen.
Na een soort van ontbijt dat voornamelijk bestaat uit koffie, veel koffie, ontvouwt de dag zich als een leliebloem in de ochtendzon. Ik laat de hond uit, neem direct daarna een handjevol medicijnen in en doe wat fysiotherapeutische oefeningen voor armen en schouders (een langslopende buurvrouw zwaait vriendelijk terug). En nu die schouders toch wakker zijn, rol ik meteen even naar de supermarkt een paar honderd meter verderop om wat dagelijkse boodschappen te doen.
Dan begint eindelijk mijn werkdag (soms werk ik, soms niet, soms doe ik alsof ik werk). Na een goed uurtje moet er alweer geplast* worden. Normale mensen plassen omdat ze aandrang hebben, mensen met een laesie omdat het elf uur is. Als ik die dag de deur uit moet, dan plan ik dat zo veel mogelijk in de vijf uren die tussen mijn toiletbezoekjes zitten, zodat ik niet (vaak tevergeefs) op zoek hoef naar een aangepast toilet.
En na het avondeten speelt het ochtendritueel zich zo’n beetje omgekeerd af. Hond eruit, pillen erin, koffie, veel koffie, misschien een stiekem wijntje, liftje op, in ouwe stoel klauteren, tandjes poetsen, plassen*…
Truste!
* Voor de laesieleek is dat plassen een verhaal op zich. U kunt het googelen, maar ik zou het laten.
