Werk

Met de invoering van de Participatiewet op 1 januari 2015 gaat er nogal wat veranderen op het gebied van re-integratie naar werk of het aanvragen van een uitkering. Hier vind je beknopte informatie over alle veranderingen en uitleg over de nieuwe wet. Ga voor meer informatie naar de website van de rijksoverheid.

Alle werkzoekenden moeten ingeschreven staan bij het UWV. Dit is ook de eerste instantie waar je dan mee te maken krijgt. Maar mensen met een Wsw-indicatie die in de Wajong zitten kunnen vanaf 2015 ook meer te maken krijgen met de gemeente.

Je vindt hier naast informatie over alle veranderingen ook informatie over bemiddelingsbureau’s, gespecialiseerd in het bemiddelen en begeleiden van mensen met een lichamelijke beperking naar werk.

Participatiewet

De Participatiewet, die op 1 januari 2015 in werking is getreden, vervangt de oude wet Werk en Bijstand (WWB).Ben je niet volledig en voor langere tijd arbeidsongeschikt en kun je, eventueel met ondersteuning, werken bij een ‘gewone’ werkgever?

Dan kan je ondersteuning krijgen vanuit de Participatiewet. Je krijgt dan 70 procent van het wettelijk minimumloon. Maar je uitkering kan lager zijn omdat je:

  • samen woont met iemand of met anderen die een inkomen hebben (salaris verdienen)
  • je in een koophuis woont
  • je veel geld op je spaarrekening hebt (meer dan 20.000 euro per persoon).

De gemeente krijgt de plicht je te ondersteunen bij het vinden van werk. Het geld voor de Wsw en de Wwb wordt bij elkaar gedaan. Met dit fonds kan de gemeente bijv. extra inspanningen verrichten door het aanstellen van bijv. een jobcoach of organiseren van re-intergratietrajecten. ondersteunt de gemeente je bij het vinden va

Extra banen

Werkgevers en de overheid hebben een afspraak gemaakt. Zij moeten samen zorgen voor 125.000 banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Die banen moeten er in 2026 zijn. Werkgevers en overheid moeten zich wel aan deze afspraak houden. Houden de werkgevers en de overheid zich niet aan de afspraken? Dan krijgen zij een boete. Met deze afspraken hebben mensen met een arbeidsbeperking meer kans op een baan. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Quotumwet.

Informatiefolder

Ieder(in) heeft binnen het samenwerkingsprogramma PG werkt samen het informatieblad Mensen met een arbeidsbeperking, wat verandert er door de Participatiewet?  samengesteld, waarin alle veranderingen op het gebied van werk en inkomen op een heldere manier wordt uitgelegd.

Wajong

De Wajong is opgegaan in de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. De Wajong blijft bestaan voor mensen die door hun beperking echt niet kunnen werken.

Nieuwe aanvragen

Vanaf januari 2015 kom je alleen nog in aanmerking voor een Wajonguitkering als je na de keuring volledig en voor altijd arbeidsongeschikt bent verklaard (80 tot 100 procent). Je krijgt dan een uitkering van 75 procent van het wettelijk minimumloon. Dit is – afhankelijk van je persoonlijke situatie – ongeveer € 930,- netto per maand (dit is het bedrag aan geld waar de belastingen vanaf zijn).

Herkeuring

Mensen die  een oude Wajong uitkering hebben, worden allemaal herkeurd. Het UWV doet de herkeuring. Je valt onder de oude Wajong als je deze uitkering voor 1 januari 2010 hebt aangevraagd.

Het UWV kijkt of iemand wel of niet kan werken.

  • Als je volledig en voor altijd niet kan werken, dan houd je een Wajong uitkering. Je krijgt dan 75 procent van het wettelijk minimumloon.
  • Kun je wel werken of kan je over een tijdje weer werken. Dan blijf je bij het UWV voor de uitkering en de voorzieningen. Vanaf 2018 krijg je dan een lagere uitkering: van 75 procent naar 70 procent van het wettelijk minimumloon.
  • Niet alle mensen hoeven zelf naar het UWV voor de herkeuring. Vaak heeft het UWV genoeg informatie om te bekijken of iemand helemaal niet zal kunnen werken. Dan besluit het UWV meteen dat je je Wajong uitkering houdt. Als je wel kunt werken of het UWV weet het niet goed, word je opgeroepen voor een herkeuring.

WsW-indicatie

Wsw vanaf 2015

Stond je op 31 december 2014 op de wachtlijst van de sociale werkvoorziening? Dan raak je je bewijs dat je recht hebt op werk bij de sociale werkvoorziening (indicatie) kwijt. In sommige gevallen kun je dan wel naar dagbesteding. Maar dan moet je een indicatie aanvragen bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) als je altijd begeleiding nodig hebt. Of je neemt contact op met de gemeente (voor de Wmo).

Werkte je op 31 december 2014 bij een sociale werkvoorziening? Dan kun je gewoon bij de sociale werkvoorziening blijven werken. Er komen alleen geen nieuwe banen meer bij. Er zullen steeds minder mensen in de werkplaats gaan werken.

Kun je alleen maar in een beschutte omgeving werken? De gemeente zorgt voor nieuwe arbeidsplaatsen in een beschutte werkomgeving.

Beschut werk

Tegelijkertijd met het afsluiten van de Wet op de sociale werkvoorziening wordt er begonnen met de opbouw van beschut werk. Beschut werk is bedoeld voor mensen die een zodanige mate van begeleiding en aanpassingen van de werkplek nodig hebben, dat niet van een reguliere werkgever mag worden verwacht dat hij deze mensen in dienst neemt.

Met de voorziening beschut werk kan de gemeente deze mensen toch in een dienstbetrekking laten werken. De gemeente kan deze dienstbetrekking organiseren bij een reguliere werkgever die deze begeleiding en aanpassingen wel (met ondersteuning door een gemeente) kan aanbieden.

Deze mensen krijgen een dienstverband, gekoppeld aan een cao, waarvoor de gemeente de rol van werkgever vervult. De beloning begint op wettelijk minimumloon. De gemeente kan voor deze werknemers loonkostensubsidie verstrekken. Het UWV zal een rol krijgen bij de vaststelling of iemand zoveel begeleiding nodig heeft dat beschut werk voor de hand ligt.

Meepraten over arbeidsparticipatie

Met de invoering van de Participatiewet gaan gemeenten meer beslissingen nemen over mensen met een arbeidsbeperking. Via gemeenten en UWV kun je medezeggenschap en inspraak hebben over werk.

Gemeenten

De meeste gemeenten hebben het meepraten van inwoners geregeld in raden: een Wmo-raad (Wet maatschappelijke ondersteuning) een Wwb-cliëntenraad (Wet werk en bijstand) en een Wsw-cliëntenraad (Wet sociale werkvoorziening). Gemeenten mogen zelf bepalen hoe zij medezeggenschap regelen.

Zo zijn er gemeenten:

  • met alle soorten raden.
  • met een paar raden.
  • zonder raden. Zij vragen zelf hoe burgers over een onderwerp denken.
  • waarbij de raden samen gaan in een participatieraad. Deze raad heeft het over alle onderwerpen.
  • waarbij de Wwb-raad en de Wsw-raad samen gaan.

Hieronder volgt kort uitleg over de diverse inspraakorganen.

Laat je stem horen

Heb je een arbeidsbeperking? Dan is het belangrijk om je stem te laten horen in één van de raden. Ook is het belangrijk om zelf te weten wat de plannen zijn van de gemeente voor arbeidsparticipatie. En hoe ver ze zijn met de plannen.

1. Cliëntenraad SOZA

Alle gemeenten moeten een cliëntenraad Sociale zaken (SOZA) hebben. In deze cliëntenraad zitten vooral mensen van belangengroepen.

De  Cliëntenraad SOZA krijgt alle voorstellen, wijzigingen en adviezen over sociale zaken (bijvoorbeeld arbeidsparticipatie) te zien. De raad geeft hier advies over.

Mensen met een (licht) verstandelijke beperking kunnen ook in de cliëntenraad SOZA meedoen.

2. Wmo-raad

In een Wmo-raad praten burgers mee over het Wmo-beleid van de gemeente.
Gemeenten krijgen steeds meer te zeggen over onderwerpen die gaan over zorg en ondersteuning van burgers met een beperking. Dat komt ook door het invoeren van de Participatiewet. Hierdoor krijgt de Wmo-raad steeds meer taken.

3. Wwb-raad

Mensen die een uitkering vanuit de Wet werk en bijstand (Wwb) ontvangen, kunnen meepraten in de Wwb-raad. Dit gaat dan over het armoedebeleid, de schuldhulpverlening en het ‘je aan de regels houden’ (handhaving).

Met ingang van 1 januari 2015 gaat de Wwb over in de Participatiewet. Dan kunnen ook jonggehandicapten meepraten over het Wwb-beleid.

4. Wsw-raad

In een Wsw-raad praten mensen mee over het Wsw-beleid en over de gevolgen daarvan. Leden van de Wsw-raad zijn mensen die in de sociale werkvoorziening (SW) werken. Of mensen die op een wachtlijst staan voor de SW.

Als de Participatiewet komt, blijft de Wsw alleen nog bestaan voor mensen die er nu al in werken.

De Wsw-raad heeft het dan alleen nog over begeleid werken en niet meer over de wachtlijsten.

UVW

Het hoofdkantoor van het UWV heeft een Centrale Cliëntenraad. De leden van deze raad overleggen met de Raad van Bestuur over regelingen en uitkeringen.

Het UWV heeft ook kleinere kantoren in verschillende gemeenten. Deze kantoren hebben een Decentrale Cliëntenraad en verschillende Werkpleinen. In een werkplein werken gemeente samen met UWV. De leden van de Decentrale raden praten over de Werkpleinen. Het gaat bijvoorbeeld over hoe zij achter de ervaringen van de mensen, die met het Werkplein te maken hebben,  kunnen komen.

De Werkpleinen hebben geen cliëntenraden.