Eigen bijdrage Wmo omlaag? Het kan.

Voor de eigen bijdrage in de Wmo gelden landelijke regels, maar gemeenten kunnen ervoor kiezen om voor hun eigen inwoners gunstigere regels voor de eigen bijdrage vast te leggen. Sommige gemeenten doen dat ook. Uw gemeente nog niet? Lees welke maatregelen gemeenten kunnen nemen en leg de suggesties voor aan uw gemeente. Lees ook de drie goede voorbeelden.

Met ingang van 1 januari 2017 heeft het kabinet de eigen bijdrage voor de Wmo voor een aantal groepen verlaagd:

  • voor alleenstaanden van 19,40 naar 17,50 euro per vier weken
  • voor meerpersoonshuishoudens boven AOW-leeftijd van 27,80 naar 17,50 euro per vier weken
  • en meerpersoonshuishoudens onder de AOW-gerechtigde leeftijd met een inkomen lager dan 35.000 euro hoeven in 2017 helemaal geen eigen bijdrage meer te betalen.

Deze wijzigingen gaan over de maximale eigen bijdragen die gemeenten mogen heffen voor maatwerkvoorzieningen in de Wmo.

Lokaal maatwerk blijft nodig
Het landelijke beleid – inclusief bovenstaande verlagingen – compenseert de inkomensachteruitgang van de afgelopen vijf jaar voor mensen met een beperking niet. Daarom blijft aanvullend gemeentelijk beleid noodzakelijk. Dat blijkt uit onderzoeken van Ieder(in) (september 2016) en van het CBS (januari 2017).

Verschillende manieren
Vorig jaar hebben 42 gemeentes de wettelijke eigen bijdrage in het voordeel van hun burgers verlaagd. Dat is op verschillende manieren gedaan. Gemeentes krijgen structureel geld van het rijk om maatwerk in inkomensondersteuning te geven. Sommige gemeenten hebben de wettelijke eigen bijdrage verlaagt of ze laten de eigen bijdrage minder snel stijgen. Een aantal gemeentes rekent niet de hele kostprijs door bij het innen van de eigen bijdrage of vergoeden de eigen bijdrage via een collectieve zorgverzekering.

Een tabel met daarin de nieuwe wettelijk maximale bijdragen vind je hier.

Lees hier het volledige bericht van Ieder(in) met o.a. voorbeelden van best practices.