Doelen van banenafspraken voor mensen met arbeidsbeperking alleen op papier behaald?

De doelen van de banenafspraak voor 2018 zijn gehaald – althans op papier. Door met cijfers en doelgroepen te schuiven lijkt het resultaat mooier dan het in werkelijkheid is. Een grote groep mensen met een arbeidsbeperking dreigt uit zicht te raken.  

269E430B-E113-4E31-9CED-972549E4AC3E

Hoe ziet het er op papier uit? Werkgevers hadden in 2018 43.500 extra banen voor mensen met een beperking moeten halen, volgens de recentste monitor van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De staatssecretaris meldt in een brief aan de Tweede Kamer dat er maar liefst 52.000 banen zijn bijgekomen. Mooie cijfers, maar in werkelijkheid ligt het anders.

Groep valt buiten de boot
In werkelijkheid worden deze cijfers behaald onder meer door mensen mee te tellen die al werk hadden. Ook worden in de cijfers mensen via de ‘praktijkroute’ meegeteld. Dit is een groep die zonder beoordeling van het UWV als doelgroep meetelt voor de banenafspraak. Door doelgroepen voor de banenafspraak zo te verbreden worden de hogere aantallen gemakkelijker gehaald. Maar het gaat hierbij niet per se om mensen met een beperking voor wie de banenafspraak bedoeld is.

De afbakening van de banenafspraak voor mensen met een beperking is juist weer te smal: iemand met een beperking die boven het minimumloon kan verdienen valt nog steeds buiten de boot. Ieder(in) pleit voor een goed pakket aan ondersteuning waar álle mensen met een beperking baat bij hebben, zodat een inclusieve arbeidsmarkt echt dichterbij komt.

Overheidswerkgevers rekenen zich rijk   
De banenafspraak moet een stimulans zijn voor een inclusieve arbeidsmarkt. De overheid loopt daarbij nog steeds achter in haar aandeel van te leveren banen. De banenafspraak wordt nu ‘vereenvoudigd’ door onder andere de aantallen van markt en overheid bij elkaar op te tellen.
De werkgevers in de markt vangen met deze wijze van slim rekenen de achterstand op van de overheidswerkgevers.
Volgend jaar moet in de monitor het totaal aantal banen op 55.000 zitten. Dit is al bijna in zicht. Door het vervallen van het onderscheid maakt het niet meer uit of de overheid werknemers met een beperking zelf in dienst neemt. En daar wringt het: als de overheid een dienst inkoopt worden deze werknemers straks meegeteld op het totaal, terwijl dit voorheen bij de markt werd geteld.
Een mooie oplossing voor de overheid, maar het is zeer de vraag of dit extra banen oplevert.
Een echt inclusieve arbeidsmarkt betekent dat ook de overheid zelf mensen met een beperking in dienst neemt. De voorbeeldrol die de overheid heeft, wordt op deze manier niet waargemaakt.

Geen verdienmodel 
Als de banenafspraak niet wordt gehaald, blijft het quotum (verplicht opgelegde aantallen) de stok achter de deur. Deze quotumregeling wordt aangepast. Werkgevers die meer banen realiseren dan afgesproken, kunnen financieel worden beloond als die quotumregeling van kracht wordt. De bonus richt zich enkel op de werkgever, terwijl de ondersteuning voor de werknemer onderbelicht blijft.
Ieder(in) ziet hier het risico, dat bedrijven dit als verdienmodel gaan gebruiken. De focus komt dan te liggen op het snel aannemen van mensen en niet op creëren van duurzame banen bij reguliere werkgevers.

Bron: Ieder(in).nl