Inkomen

Hier vind je informatie over diverse inkomensregelingen. Had je een inkomen uit werk toen je getroffen werd door de dwarslaesie dan krijg je een bepaalde periode je salaris doorbetaald door je werkgever. Het is belangrijk meteen met je werkgever te bespreken of je je oude werk weer kunt oppakken of dat je een andere functie bij je werkgever kunt krijgen.  Heb je geen werkgever (meer), dan kun je onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op de ziektewetuitkering.

Na afloop van de ziektewetuitkering bepaalt de mate van de aandoening of je weer kunt gaan werken of dat je in aanmerking komt voor een vervolguitkering. Ook is het mogelijk dat je deels werkt en deels een uitkering ontvangt.

De inkomensregelingen worden regelmatig bijgesteld. Het is daarom verstandig regelmatig het laatste nieuws hierover te volgen op de website van het UWV.

Loondoorbetaling

Heb je op het moment dat je arbeidsongeschikt wordt een arbeidsovereenkomst met een werkgever? Dan heb je recht op loondoorbetaling. De werkgever betaalt maximaal 2 jaar je loon door, zolang het dienstverband nog loopt.

Over die 2 jaar samen mag je werkgever in totaal maximaal 170% van je laatstverdiende loon doorbetalen. Meestal krijg je het eerste jaar 100% en het tweede jaar 70% doorbetaald. Hoeveel je precies krijgt, staat in je cao. Heb je geen cao? Vraag dan aan je werkgever wat de regels zijn.

Lees meer bij UWV: zoek op “loondoorbetaling bij ziekte”.

Loopt je contract af terwijl je nog ziek bent? Dan kun je vanaf dat moment een Ziektewet-uitkering krijgen.

Ziektewet-uitkering

Heb je geen werkgever (meer)? Dan kun je in sommige gevallen een Ziektewet-uitkering krijgen, betaald door het UWV.

De Ziektewet is er voor alle (ex-)werknemers in Nederland die jonger zijn dan 65 jaar en die geen recht (meer) hebben op doorbetaling van hun loon als ze ziek zijn. Als je in loondienst bent, betaalt je werkgever meestal je loon door als je ziek wordt. Is dat niet het geval, dan kun je mogelijk een Ziektewet-uitkering krijgen. Bijvoorbeeld als je:

• een (tijdelijk) contract hebt dat afloopt tijdens je ziekte;
• oproepkracht of uitzendkracht bent en je bij ziekte geen recht op loondoorbetaling hebt;
• een WW-uitkering ontvangt en langer dan 13 weken ziek bent;
• ziek bent door zwangerschap of bevalling;
• arbeidsgehandicapt bent en binnen 5 jaar na indiensttreding ziek wordt (de werkgever krijgt in dit geval – mits aan de voorwaarden is voldaan – de ziektewetuitkering uitbetaald);
• orgaandonor bent.
• je een zogenoemd fictief dienstverband heeft. Je bent bijvoorbeeld thuiswerker, stagiair, provisiewerker of freelancer; je vrijwillig verzekerd bent voor de Ziektewet (zie hierna).

Lees meer bij UWV: zoek op “Ziektewet-uitkering”.

Vrijwillig verzekeren

Als je niet verplicht verzekerd bent voor ziekte of arbeidsongeschiktheid kun je je vrijwillig verzekeren. Als je op het moment dat je een dwarslaesie krijgt, bij het UWV vrijwillig verzekerd bent, krijg je een ziektewetuitkering. In de volgende gevallen ben je meestal niet verplicht verzekerdje hebt een eigen bedrijf:

  • je bent alfahulp
  • je onderbreekt voor korte tijd je werk
  • je werkt in het buitenland
  • je werkt als zzp’er, bijvoorbeeld in de zorg of als huishoudelijke hulp.

 

Lees meer bij UWV: en zoek op “Vrijwillig verzekeren”.

Arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO, WIA)

De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) is op 1 januari 2004 overgegaan in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Sinds die dag krijgt iedereen die ziek is te maken met de WIA.

Alleen als je vóór 1 januari 2004 al een WAO-uitkering kreeg, kom je mogelijk ook nu nog voor een WAO-uitkering in aanmerking. Zolang er niets aan je situatie verandert, blijft u die ontvangen.

In de WIA bestaat een onderscheid tussen werknemers die nog gedeeltelijk kunnen werken en werknemers die nooit meer kunnen werken. In de WAO wordt dit verschil niet gemaakt: daar zijn alleen verschillende arbeidsongeschiktheidsklassen.

Uitgangspunt van de WIA is dat mensen zo veel werken als ze kunnen. Ofwel: het gaat niet om wat je niet meer kan, maar om wat je nog wel kan. De WIA bestaat uit 2 regelingen:

  • Inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA) is een uitkering die je krijgt als je volledig arbeidsongeschikt bent en de kans klein is dat je herstelt. Deze uitkering is minstens 75% van het WIA-maandloon.
  • Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) vult uw inkomen aan als u gedeeltelijk arbeidsgeschikt bent.

Ben je minder dan 35% arbeidsongeschikt? Dan krijg je geen WIA-uitkering.

Iemand met een gedeeltelijke WAO-uitkering kon ook WW krijgen. In de WIA krijgt iemand alleen WIA. Ben je minimaal 35% arbeidsongeschikt, dan neemt de WIA ook het werkloosheidsdeel voor zijn rekening. Als al snel duidelijk is dat je nooit meer kunt werken, kun je meteen een WIA-uitkering aanvragen. Voor een WAO-uitkering moest iemand eerst 2 jaar ziek zijn.

Lees meer bij UWV:zoek op “WIA” of “WAO”.

Wajong uitkering

In de Participatiewet, die per 1 januari 2015 in werking is getreden, zijn de veranderingen in de regels voor de Wajong vastgelegd.

Oude situatie

Ben je voor je 18e levensjaar langdurig ziek geworden of blijvend invalide geraakt, dan was het mogelijk om vanaf het 18e levensjaar een Wajong uitkering aan te vragen. Indien je arbeidsongeschikt bent geraakt tussen je 18e en 30e levensjaar en een studie volgde, dan kon de Wajong-uitkering ook worden aangevraagd.

Nieuwe situatie

1. Heb je nog geen Wajong-uitkering op 1 januari 2015?

Vanaf 1 januari 2015 hebben alleen jongeren die niet meer kunnen werken nog recht op een Wajong-uitkering.

2. Heb je al een Wajong-uitkering op 1 januari 2015?

Dan krijg je te maken met een herbeoordeling. Je houdt wel een Wajong-uitkering van het UWV. Hoe hoog die is, hangt af van je herbeoordeling.

3. Heb je geen mogelijkheden meer om te werken?

Dan behoudt je je huidige Wajong van 75% van het minimumloon.
Heb je beperktere mogelijkheden of heb je tijdelijk geen mogelijkheden om te werken? Je krijgt nog steeds een Wajong-uitkering. Deze wordt vanaf 2018 verlaagd naar 70% van het minimumloon.

Overigens is ook belangrijk om na te gaan, wanneer je je uitkering hebt aangevraagd. Heb je voor 1 januari 2010 al een uitkering aangevraagd, dan val je nog onder de oude Wajong en gelden er voor jou andere regels.

Het UWV bepaalt of je in aanmerking komt voor een uitkering. Als je al een Wajong-uitkering hebt bepalen zij of je je uitkering kan behouden. Je kunt verdere informatie vinden op de site van het UWV.

Re-integratie

UWV doet er alles aan om werk te vinden dat bij je mogelijkheden past en gaat ervan uit dat je zelf ook je best doet om zelfstandig inkomen te verdienen.

Als werken niet lukt of je kunt nog geen werk vinden, dan krijg je een uitkering. Een volledige Wajong-uitkering is 75% van het minimum (jeugd)loon.

Zie ook: Wajong werkt en UWV en zoek op “Wajong”

Participatiewet

Vanaf 1 januari 2015 is de Participatiewet in werkinggetreden. Het doel van de wet is om meer mensen, ook mensen met een arbeidsbeperking, aan de slag te krijgen. De gemeente wordt vanaf die datum verantwoordelijk voor mensen met arbeidsvermogen die ondersteuning nodig hebben. Deze mensen zitten nu o.a. in de Wajong. De gemeente heeft voor de nieuwe doelgroep dezelfde taken als voor mensen met een bijstandsuitkering, namelijk bieden van ondersteuning gericht op arbeidsinschakeling en waar nodig, inkomensondersteuning.

Vanaf 1 januari 2015 is de Wajong alleen nog toegankelijk voor jonggehandicapten die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben. UWV doet de beoordeling. Mensen met arbeidsvermogen, die anders in de Wajong zouden zijn ingestroomd, gaan tot de doelgroep van de gemeente behoren. UWV voert ook een beoordeling op arbeidsvermogen van het gehele zittend bestand van de Wajong uit. Wajongers met arbeidsvermogen en Wajongers die tijdelijk geen arbeidsvermogen hebben, worden overgedragen aan de gemeente. Wajongers die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben, behouden hun Wajonguitkering.

De overgang gebeurt stapsgewijs. In de loop van 2015 draagt UWV de eerste groep Wajongers over. Voor de volledige overdracht wordt drie jaar uitgetrokken; medio 2018 gaat de laatste groep Wajongers naar de gemeente. Veel mensen met een Wajong-uitkering verliezen de komende jaren een deel van hun uitkering, omdat ze bij een partner of ouders inwonen. Het inkomensverlies kan oplopen tot wel 33%. Dit blijkt uit berekeningen die het Nibud eind 2013 heeft gemaakt in opdracht van de CG-Raad en Platform VG.

Per 1 januari 2015 gaan Wajongers die gedeeltelijk kunnen werken, vallen onder de bijstandswet (WWB). Daar krijgen ze te maken met de kostendelersnorm. Dit betekent een forse korting op hun uitkering als ze bij hun ouders of partner inwonen. Enkele voorbeeldberekeningen: * Een Wajonger die bij een partner inwoont met minimumloon verliest 33% * Een Wajonger die inwoont bij iemand met bijstandsuitkering verliest 21% * Een Wajonger die inwoont bij ouders met bijstandsuitkering verliest 20% * Een meerderjarige Wajonger die inwoont bij ouders met modaal inkomen verliest 10%