Menu:
Snelmenu:
Waar ben ik:
Tekst:
Hoe, wat en waar?
>> Behandelkader dwarslaesie
>> Het revalidatiecentrum
>> Het revalidatieprogramma
>> De Lokomat, de looptrainer
>> De revalidant centraal
>> Betrokkenheid naasten
>> Lotgenotencontact
Behandelkader dwarslaesie
De Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA) heeft het Nederlands-Vlaams Dwarslaesie Genootschap (NVDG) eind 2007 verzocht het behandelkader dwarslaesie op te stellen. De revalidatiegeneeskunde gebruikt een behandelkader om de minimale eisen voor de behandeling van een specifieke doelgroep aan te geven. Een behandelkader wordt regelmatig geëvalueerd op basis van nieuwe inzichten. Tijdens de algemene ledenvergadering van de VRA op 15 april 2011 is het behandelkader vastgesteld. Dat betekent onder meer dat de beroepsgroep heeft uitgesproken dat:
"alle volwassenen en kinderen met een recent ontstane complete of incomplete dwarslaesie of (conus) caudalaesie met blaas-, darm of seksuele stoornissen na de ziekenhuisfase opgenomen moeten worden in een revalidatiecentrum met een in dwarslaesierevalidatie gespecialiseerde afdeling "
Een dergelijke afdeling moet voldoen aan vastgestelde criteria van behandelaanbod , deskundigheid,en faciliteiten.
Om het deskundigheidsniveau op een dergelijke afdeling te kunnen handhaven is het onder meer nodig dat daar jaarlijks minimaal 25 patiënten met een recente dwarslaesie worden opgenomen.
Zie hier voor de gehele tekst.
Het revalidatiecentrum
Een dwarslaesie vergt langdurige specialistische medische zorg en therapie. Kleine algemene revalidatiecentra en revalidatieafdelingen van ziekenhuizen kunnen niet aan de kwaliteit van een gespecialiseerd revalidatiecentrum tippen. Dat komt door het gebrek aan ruime ervaring met dwarslaesierevalidatie, gespecialiseerde hulpmiddelen en specifieke functies. Het eventuele bezwaar van een langere reistijd voor bezoek van familie en vrienden valt in het niet bij de genoemde voordelen.
Uit eigen ervaring adviseren wij iedereen met een dwarslaesie te revalideren in een gespecialiseerd revalidatiecentrum, omdat:
-
revalidatieartsen en hulpverleners op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op het gebied van dwarslaesierevalidatie;
-
er ruime ervaring is met de typische, bij een dwarslaesie horende complicaties, zoals gevoeligheid voor decubitus (drukplekken) en urinewegproblemen;
-
er alle benodigde speciale hulpmiddelen, apparatuur en techniek aanwezig zijn;
-
de stimulerende werking van verblijf onder lotgenoten de revalidatie gunstig kan beïnvloeden.
Er zijn in Nederland 8 gespecialiseerde revalidatiecentra verspreid over het land. Kijk hier voor een overzicht.
Door de opening van nieuwe klinische revalidatieafdelingen van beperkte omvang, zoals in Eindhoven, Breda, Goes, Tilburg en Zwolle is het aantal mogelijkheden voor klinische revalidatie in Nederland de laatste jaren sterk uitgebreid. Dit brengt weliswaar de revalidatiemogelijkheden dichter bij de patiënten, maar heeft ook gevolgen voor de kwaliteit van de revalidatie. Een dwarslaesie is immers een weinig frequent voorkomende diagnose. De dwarslaesierevalidatie wordt steeds gecompliceerder. Het aantal behandelopties bijvoorbeeld voor blaas- en darmstoornissen inclusief incontinentie, seksuele stoornissen en spasticiteit alsmede het aantal verschillende hulpmiddelen als bedden en rolstoelen neemt toe. Om goede resultaten in de dwarslaesierevalidatie te (blijven) bereiken is het nodig dat de expertise in het behandelteam op peil blijft en dat op de afdeling het aantal dwarslaesiepatiënten steeds zo groot is dat deze zich aan elkaar kunnen spiegelen.
In Engeland wordt dit gerealiseerd door 1 gespecialiseerde afdeling per 6,4 miljoen inwoners, in Duitsland per 3,6 miljoen inwoners, in België per 3,3 miljoen inwoners.
In Nederland bestaat 1 gespecialiseerde afdeling per 1,8 miljoen inwoners.
Het Nederlands-Vlaams Dwarslaesie Genootschap (NVDG, de vereniging van medewerkers van gespecialiseerde afdelingen voor dwarslaesierevalidatie) heeft het ziekenhuisprotocol dwarslaesie opgesteld om meer eenheid in de behandeling van mensen met een dwarslaesie in de ziekenhuisfase te krijgen. Een beknopte samenvatting hiervan is het kernprotocol dwarslaesie.
Zie www.nvdg.org voor informatie over doelstelling, werkwijze en betrokkenen.
Het revalidatieprogramma
In het revalidatiecentrum volg je een programma dat op je individuele toestand en wensen wordt vastgesteld. In de meeste gevallen zul je worden opgenomen, zodat je de gehele dag onder controle bent van de behandelaars. Dit noemt men de klinische behandeling. De duur van de behandeling hangt af van de aard en omvang van de dwarslaesie. Meestal moet wel rekening gehouden worden met enkele maanden.
Is opname niet noodzakelijk dan wordt de revalidant meestal dagbehandeling aangeboden. Klinische revalidanten kunnen ook vaak na hun ontslag voor bepaalde therapieën aanvullende dagbehandeling krijgen.
Behandelteam
Voor de start van de revalidatie begint, word je uitgebreid onderzocht door een revalidatiearts. Uit het onderzoek wordt duidelijk of revalidatie zinvol is en of deze in het betreffende centrum kan plaatsvinden. Vervolgens wordt een team van behandelaars samengesteld. Afhankelijk van de wensen en behoeften kan dit team bestaan uit: fysiotherapeuten, ergotherapeuten, maatschappelijk werkers, psychologen, logopedisten, sportinstructeurs en diëtisten. Bij een klinische behandeling maken verpleegkundigen en ziekenverzorgenden ook deel uit van het behandelteam.
Behandelplan
Het team onderzoekt welke beperkingen je ondervindt door de dwarslaesie en welke mogelijke oplossingen het kan bieden. De revalidatiearts bespreekt de uitkomsten hiervan met jou en je familieleden. Vervolgens stel je samen met de arts een behandelplan op. Hierin is aandacht voor zaken als: bewegen en verplaatsen, persoonlijke verzorging, wonen en huishouden, communicatie, werk en ontspanning, en relaties. Ook bespreek je samen de te verwachten behandelduur. Het behandelplan wordt regelmatig in overleg geëvalueerd en bijgesteld.
Overige ondersteuning
Naast een behandelteam vind je allerlei andere ondersteunende diensten in het revalidatiecentrum. Zoals de afdeling geestelijke verzorging (maatschappelijk werkers en psychologen), revalidatietechniek en de afdeling planning en registratie.
Ervaringen van revalidanten
![]() |
In revalidatiecentrum De Hoogstraat vertellen revalidanten over hun leven, revalidatie en toekomstwensen. Het dagelijks leven vastgelegd in een 30 minuten durend filmpje. |
De Lokomat

De Lokomat is de eerste, volautomatische looporthese die het lopen ondersteunt van patiënten met een loopfunctiestoornis en zichzelf heeft bewezen als een effectieve interventie in het verbeteren van de over-ground walking. De Lokomat Pro voorziet namelijk in intensieve functionele looptherapie, die uitgevoerd kan worden door één therapeut. Deze vorm van looptraining wordt toegepast om de loopfunctie te verbeteren bij patiënten met een hersenbloeding, dwarslaesie, traumatisch hersenletsel, Multiple Sclerose en Parkinson en kinderen met een cerebrale parese.
De Lokomat is een combinatie van gewichtloosheidsimulator, loopband én computergestuurd exoskelet (extern skelet). Het exoskelet beweegt de benen van de patiënt op een manier die het fysiologisch looppatroon nabootst, precies gesynchroniseerd met de snelheid van de loopband. Met een gewichtloosheidsimulator kan het gewicht van de patiënt (volledig of partieel) worden opgeheven, teneinde de belasting tijdens het trainen/lopen te verminderen. De mate van gewichtloosheid wordt afgebouwd naarmate de patiënt meer in staat is onder gewichtstoename optimaal te blijven bewegen.
Het exoskelet ondersteunt de patiënt (d.m.v. de guidance force) in het doorlopen van de gangcyclus. Dit kan specifiek en heel gedoseerd. De Lokomat kan namelijk het aangedane been tijdens standfase ondersteunen, terwijl tijdens de zwaaifase de guidance force volledig afwezig is. Gedurende de trainingssessie kan de therapeut deze parameters veranderen en hiermee continu bijsturen. De patiënt wordt dus alleen ondersteund wanneer dat nodig is.
Door een gift van het Revalidatiefonds komt er medio 2011 een Lokomat naar Beetsterzwaag. Hiermee kunnen patiënten uit het noorden van Nederland optimaal worden ondersteund bij hun looptraining. De revalidatiecentra Reade (Amsterdam), De Hoogstraat (Utrecht) en St.Maartenskliniek (Nijmegen) beschikken reeds over een Lokomat.
Meer informatie over de Lokomat vind je op de site van Biometrics.
De revalidant centraal
Het doel van de revalidatie is dat je je mogelijkheden zo goed mogelijk leert te benutten zodat je het dagelijks leven weer kunt oppakken. Daarom staan je wensen en behoeften centraal. Alle behandelaars in het team werken nauw samen. Zij stemmen de verschillende behandelingen voortdurend op elkaar af. Hierdoor kun je met vragen of suggesties altijd bij ieder teamlid terecht. Daarnaast kun je eventuele klachten of ideeën kwijt bij een cliëntenraad, klachtencommissie, in een tevredenheidsonderzoek of ideeënbus.
Betrokkenheid naasten
Voor partners, kinderen, ouders of vrienden verandert er ook veel. Zij worden intensief bij het revalidatieproces betrokken. Zij kunnen bijvoorbeeld behandelingen of bepaalde besprekingen bijwonen. Bovendien kan de maatschappelijk werker (of soms de psycholoog) extra aandacht besteden aan hun vragen. Sommige teams organiseren ook wel partnerbijeenkomsten.
Het is van groot belang jouw naasten bij de revalidatie te betrekken, want dan ben je samen zo goed mogelijk voorbereid op de tijd dat je weer “gewoon thuis” zult zijn.
Lotgenotencontact
Het revalidatieproces vraagt veel van je, zowel fysiek als mentaal. Onze vereniging heeft een groot netwerk van mensen met een dwarslaesie die dit zware en vaak lange proces hebben doorgemaakt. Deze mensen staan je graag bij tijdens de revalidatie. Zij kunnen je verder helpen met tips en informatie. Het contact met lotgenoten werkt voor veel revalidanten zeer geruststellend, troostend en inspirerend. Hierdoor pakken mensen de revalidatie vaak met nieuwe moed en nieuw elan op. Alle activiteiten die de vereniging organiseert die het lotgenotencontact bevorderen vind je bij Onze vereniging.








